Statuten

De statuten van de Stichting Administratiekantoor Continuïteit ABN AMRO Group zijn vastgesteld op 20 juli 2015.

Statuten Stichting Administratiekantoor Continuïteit ABN AMRO Group

In de statuten wordt onder andere geregeld:

Nadere bepalingen ten aanzien van certificaten en certificaathouders zijn opgenomen in de administratievoorwaarden van STAK AAG.

Naam en Statutaire zetel

Artikel 1.1.
1.1.1. De naam van de stichting is: Stichting Administratiekantoor Continuïteit ABN AMRO Group.
1.1.2. De stichting is gevestigd in de gemeente Amsterdam.

Doel

Artikel 1.2.
1.2.1. Het doel van de stichting is:
(a) het tegen toekenning van certificaten op naam ("certificaten") ten titel van beheer verwerven en administreren van aandelen ("aandelen") in het kapitaal van de statutair te Amsterdam gevestigde naamloze vennootschap: ABN AMRO Group N.V. (de "vennootschap") en het uitoefenen van alle aan de aandelen verbonden rechten, waaronder het uitoefenen van het stemrecht en het ontvangen van uitkeringen op de aandelen onder de verplichting deze uit te keren op de certificaten;
(b) het bevorderen van de informatie-uitwisseling tussen de vennootschap enerzijds en de certificaathouders en aandeelhouders van de vennootschap anderzijds;
(c) het bevorderen van de werving van steminstructies van certificaathouders, onverminderd het bepaalde in artikel 2:118a van het Burgerlijk Wetboek,
zomede het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
1.2.2. De stichting zal de aan de aandelen verbonden rechten op een zodanige wijze uitoefenen dat de belangen van de houders van certificaten, van de vennootschap en van de ondernemingen die door de vennootschap en de met de vennootschap in een groep verbonden vennootschappen in stand worden gehouden zo goed mogelijk worden gewaarborgd. De stichting zal invloeden die de zelfstandigheid, de continuïteit of de identiteit van de vennootschap en die ondernemingen in strijd met de belangen van de vennootschap en van die ondernemingen zouden kunnen aantasten, naar maximaal vermogen weren.
1.2.3. Daarbij neemt de stichting steeds in aanmerking de gerechtvaardigde belangen van de klanten, de spaarders en depositohouders, de aandeelhouders, de houders van met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen, de werknemers en de samenleving waarin de vennootschap haar activiteiten uitvoert.

Middelen

Artikel 1.3.
De middelen van de stichting bestaan uit de vergoeding door de vennootschap van door de stichting gemaakte kosten en uit hetgeen zij uit anderen hoofde verkrijgt.

Uitoefening van aan de aandelen verbonden rechten

Artikel 2.1.
2.1.1. De administratie van de aandelen en de uitoefening van de daaraan verbonden rechten geschieden met inachtneming van het statutaire doel van de stichting en de toepasselijke voorwaarden van administratie zoals vastgesteld door het bestuur van de stichting (de "administratievoorwaarden").
2.1.2. Waar de administratievoorwaarden afwijken van deze statuten, zullen deze statuten doorslaggevend zijn.
2.1.3. De stichting mag de aandelen noch vervreemden noch bezwaren, tenzij bij wijze van royement of overdracht van de door haar gevoerde administratie van de aandelen aan een door de vennootschap daartoe aangewezen opvolger.

Uitoefening van zeggenschapsrechten

Artikel 2.2.
2.2.1. Indien is voldaan aan de vereisten gesteld bij of krachtens de wet, deze statuten en de administratievoorwaarden, zal de stichting telkens volmacht verlenen aan de houders van certificaten om het aan de aandelen verbonden stemrecht uit te oefenen.
2.2.2. Indien aan de houder van certificaten de in artikel 2.2.1 bedoelde volmacht is verleend en deze niet is herroepen, kan die houder van certificaten de stichting verzoeken om namens hem, al dan niet volgens een door hem te geven steminstructie, het stemrecht uit te oefenen.

Uitoefening van rechten op uitkeringen

Artikel 2.3.
2.3.1. Onverminderd artikel 2.3.2, zal de stichting alle uitkeringen op de aandelen innen onder de verplichting de uitkering aan de houders van certificaten uit te keren.
2.3.2. Voor bonusaandelen of bij wege van stockdividend verkregen aandelen en voor aandelen die voor een certificaathouder worden verkregen bij de uitoefening van een claimrecht, zullen certificaten worden toegekend.

Bestuur: samenstelling

Artikel 3.1.
3.1.1. Het bestuur van de stichting bestaat uit drie (3) tot vijf (5) bestuurders. Het bestuur bepaalt het aantal bestuurders met inachtneming van de vorige zin. Slechts natuurlijke personen kunnen bestuurder van de stichting zijn.
3.1.2. Het bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter, een penningmeester en, al dan niet uit zijn midden, een secretaris. De functies van secretaris en penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld.
3.1.3. Het bestuur stelt een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast, rekening houdend met de aard van de activiteiten van de stichting en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de bestuurders.
3.1.4. Het bestuur zal de profielschets slechts wijzigen nadat de voorgenomen wijzigingen in de vergadering van certificaathouders zijn besproken.

Bestuur: benoeming, ontslag

Artikel 3.2.
3.2.1. De bestuurders worden benoemd door het bestuur, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.5. Certificaathouders kunnen aan het bestuur personen aanbevelen om als bestuurder te worden benoemd. Het bestuur deelt hen daartoe tijdig mede wanneer, ten gevolge waarvan en overeenkomstig welk profiel in zijn midden een plaats moet worden vervuld en op welke wijze een aanbeveling dient te geschieden.
3.2.2. Bestuurders worden benoemd voor een periode van maximaal vier (4) jaar, met dien verstande dat een bestuurder op grond hiervan eerst defungeert nadat zijn opvolger is benoemd ofwel nadat het bestuur heeft besloten dat zijn vacature niet vervuld hoeft te worden. De bestuurders treden af volgens een door het bestuur op te stellen rooster. Op een bestuurder die volgens dit rooster aftreedt, is het in het slot van de tweede zin van dit lid bepaalde van overeenkomstige toepassing. Aftredende bestuurders zijn onmiddellijk herbenoembaar met dien verstande dat de totale benoemingstermijn maximaal twaalf (12) jaar zal bedragen. In ingeval van een tussentijdse benoeming van een bestuurder neemt de nieuwe bestuurder de plaats op het rooster van aftreden in van de afgetreden bestuurder.
3.2.3. Ingeval van periodiek aftreden van een bestuurder geschiedt de benoeming van een opvolgend bestuurder, indien mogelijk, zo tijdig dat ten tijde van zijn defungeren in die opvolging is voorzien.
3.2.4. Ingeval van een of meer vacatures blijft het bestuur bevoegd; alsdan wordt evenwel zo spoedig mogelijk een definitieve voorziening getroffen.
3.2.5. Bestuurders worden geschorst en ontslagen bij bestuursbesluit met inachtneming van artikel 3.7.1.

Bestuur: belet of ontstentenis

Artikel 3.3.
3.3.1. Ingeval van belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overblijvende bestuurders of is de enige overblijvende bestuurder tijdelijk met het bestuur belast.
Ingeval van belet of ontstentenis van alle bestuurders is de vennootschap bevoegd de voorzitter van het Gerechtshof Amsterdam te verzoeken een of meer tijdelijke bestuurders benoemen.
Onder belet wordt verstaan:
(a) schorsing;
(b) ziekte; en
(c) onbereikbaarheid.
In de gevallen bedoeld onder b en c zal van belet alleen sprake zijn indien gedurende een termijn van vijf (5) dagen geen mogelijkheid van contact tussen de betreffende bestuurder en de stichting heeft bestaan. Zowel de raad van bestuur als de raad van commissarissen van de vennootschap kunnen in voorkomende gevallen een andere termijn vaststellen.

Bestuur: einde bestuurslidmaatschap

Artikel 3.4.
Het bestuurslidmaatschap eindigt:
a. door vrijwillig aftreden van de bestuurder;
b. door aftreden van de bestuurder op grond van artikel 3.2.2;
c. door overlijden van de bestuurder;
d. doordat het faillissement van de bestuurder onherroepelijk wordt, de bestuurder onder curatele wordt gesteld of op andere wijze het vrije beheer over zijn vermogen verliest of doordat op de bestuurder de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing wordt verklaard;
e. doordat het bestuur heeft vastgesteld dat de bestuurder een hoedanigheid heeft verkregen waardoor hij niet meer benoemd zou kunnen worden tot bestuurder ingevolge het bepaalde in artikel 3.5.2 dan wel artikel 3.5.4. Indien op enig moment een bestuurder niet voldoet aan het bepaalde in artikel 3.5.2, dan wel artikel 3.5.4, zal de betreffende bestuurder de overige bestuurders van de stichting hiervan op de hoogte stellen;
f. door ontslag van de bestuurder door het bestuur overeenkomstig artikel 3.7.1;
g. door ontslag van de bestuurder door de rechtbank overeenkomstig artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek.

Bestuur: onafhankelijkheid

Artikel 3.5.
3.5.1. Onverminderd het in artikel 3.5.2 bepaalde, dient het bestuur zo te zijn samengesteld dat (i) het bestuur van de stichting ten minste voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria als bedoeld in artikel 2:118a van het Burgerlijk Wetboek en (ii) de stichting kwalificeert als een van de vennootschap onafhankelijke rechtspersoon in de zin van artikel 5:71 lid 1 sub d. van de Wet op het financieel toezicht en, indien van kracht, een op grond van artikel 5:71 lid 2 van de Wet op het financieel toezicht uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur.
3.5.2. Alle bestuurders dienen onafhankelijk te zijn. Een bestuurder geldt niet als onafhankelijk indien de bestuurder, dan wel zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel, pleegkind of bloed- of aanverwant tot in de tweede graad:
a. bestuurder of commissaris is van de vennootschap of een met de vennootschap in een groep verbonden vennootschap;
b. natuurlijk persoon in dienst van de vennootschap of een met de vennootschap in een groep verbonden vennootschap is;
c. voormalig bestuurder, commissaris of werknemer is van de vennootschap of een met de vennootschap in een groep verbonden vennootschap, doch alleen gedurende de eerste vijf (5) jaar na beëindiging van zijn functie als bestuurder, commissaris of werknemer;
d. vaste adviseur is van de vennootschap of een met de vennootschap in een groep verbonden vennootschap, waaronder begrepen de accountant bedoeld in artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek of een lid van de organisatie zoals gedefinieerd in dit artikel, of de notaris of advocaat is van de vennootschap of een met de vennootschap in een groep verbonden vennootschap;
e. voormalig vaste adviseur is van de vennootschap of een met de vennootschap in een groep verbonden vennootschap als bedoeld onder d, doch alleen gedurende de eerste drie (3) jaren na de beëindiging van zijn adviseurschap;
f. bestuurder of natuurlijk persoon is in dienst van enige bankinstelling waarmee de vennootschap of een met de vennootschap in een groep verbonden vennootschap een duurzame en significante relatie onderhoudt;
g. een aandelenpakket of certificatenpakket van (samen) ten minste tien (10) procent in het uitstaande kapitaal van de vennootschap houdt, zulks al of niet tezamen met een of meer andere personen of rechtspersonen die met hem samenwerken op grond van een uitdrukkelijke of stilzwijgende, mondelinge of schriftelijke overeenkomst;
h. bestuurder of commissaris is of anderszins vertegenwoordiger is van een rechtspersoon, anders dan Stichting Administratiekantoor Continuïteit ABN AMRO Group, die ten minste tien procent (10%) van het uitstaande kapitaal van de vennootschap houdt;
i. gedurende de voorgaande twaalf (12) maanden tijdelijk heeft voorzien in het bestuur van de vennootschap of van een met de vennootschap in een groep verbonden vennootschap bij belet of ontstentenis van bestuurders van die vennootschap.
3.5.3. Ingeval het bestuur niet is samengesteld in overeenstemming met artikel 3.5.1, blijft het bestuur bevoegd. Het bestuur zal dan zo spoedig mogelijk maatregelen nemen teneinde opnieuw in overeenstemming met artikel 3.5.1 samengesteld te zijn.
3.5.4. Slechts personen van wie de bevoegde toezichthouder heeft bepaald dat zij voldoen aan de betrouwbaarheidsvereisten voortvloeiend uit de op de vennootschap toepasselijke regelgeving, kunnen als bestuurder in functie treden.

Bestuur: bestuursvergaderingen

Artikel 3.6.
3.6.1. Jaarlijks binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar wordt een vergadering van het bestuur gehouden waar in elk geval aan de orde komt de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten.
3.6.2. Het bestuur vergadert voorts telkens wanneer een bestuurder het nodig acht en in ieder geval terstond na een oproep tot een algemene vergadering van de vennootschap.
3.6.3. Iedere bestuurder is tot bijeenroeping van een bestuursvergadering bevoegd.
De bijeenroeping geschiedt schriftelijk (daaronder begrepen per e-mail, fax of ander schriftelijk reproduceerbaar telecommunicatiemiddel) onder opgave van de plaats en het tijdstip van de vergadering en van de agenda.
3.6.4. De bijeenroeping geschiedt niet later dan op de achtste dag voor die van de vergadering. In spoedeisende gevallen kan, ter beoordeling van degene die de oproeping doet, de oproeping geschieden uiterlijk vierentwintig uur voor het tijdstip van de vergadering.
Geen andere agendapunten dan die in de oproeping zijn vermeld kunnen ter vergadering worden behandeld, tenzij alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn en de bestuurders daarmee instemmen.
3.6.5. Zolang alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kan het bestuur rechtsgeldig vergaderen ook zonder dat een tijdige oproeping is uitgegaan, mits alle bestuurders met deze wijze van besluitvorming instemmen.
3.6.6. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Indien deze afwezig is, voorzien de aanwezige bestuurders in de leiding van de vergadering. Tot dat moment wordt de vergadering geleid door de in leeftijd oudste aanwezige bestuurder.
3.6.7. Van de vergadering worden notulen opgemaakt. De notulen worden vastgesteld door de voorzitter en de secretaris van de desbetreffende vergadering. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en secretaris getekend.

Bestuur: besluitvorming en stemrecht

Artikel 3.7.
3.7.1. Iedere bestuurder heeft één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Een besluit tot schorsing of ontslag van een bestuurder wordt genomen met unanimiteit van stemmen van de overige in functie zijnde bestuurders. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.
3.7.2. Onverminderd artikel 3.7.1 laatste zin en artikel 3.7.3, kunnen geen besluiten worden genomen indien niet de meerderheid van de bestuurders ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.
3.7.3. Is in een vergadering niet de meerderheid van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, die niet eerder dan één en niet later dan twee weken na de eerste vergadering wordt gehouden. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders worden besloten omtrent de onderwerpen die op de eerste vergadering op de agenda stonden. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.
3.7.4. Bestuurders kunnen alle vergaderingen ook via telecommunicatieverbinding bijwonen, mits zij via die verbinding rechtstreeks aan de beraadslaging kunnen deelnemen en hun stem kunnen uitbrengen.
3.7.5. Een bestuurder kan zich in een vergadering krachtens een schriftelijke (daaronder begrepen per e-mail, fax of ander schriftelijk reproduceerbaar telecommunicatiemiddel) volmacht door een medebestuurder doen vertegenwoordigen.
3.7.6. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten, mits dit schriftelijk (daaronder begrepen per e-mail, fax of ander schriftelijk reproduceerbaar telecommunicatiemiddel) geschiedt, alle bestuurders langs die weg in het te nemen besluit gekend zijn en schriftelijk met deze wijze van besluitvorming hebben ingestemd en de volstrekte meerderheid van alle bestuurders zich voor het besluit heeft verklaard.

Bestuur: bezoldiging

Artikel 3.8.
Het bestuur zal een beheerst bezoldigingsbeleid voeren. De bezoldiging van de bestuurders wordt vastgesteld door het bestuur, waarbij rekening zal worden gehouden met de aard en omvang van de werkzaamheden. De aan een bestuurder toegekende vaste vergoeding zal (jaarlijks) niet stijgen met meer dan een percentage dat overeenkomt met het relevante consumentenprijsindexcijfer gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De in redelijkheid gemaakte onkosten van bestuurders worden vergoed.

Bestuur: verzekering

Artikel 3.9.
De stichting kan ten behoeve van de bestuurders verzekeringen afsluiten tegen aansprakelijkheid wegens een handelen of nalaten in de uitoefening van hun functie en de kosten van het voeren van verweer tegen dergelijke aanspraken.

Vertegenwoordiging

Artikel 3.10.
3.10.1. De stichting wordt vertegenwoordigd:
a. hetzij door het bestuur in zijn geheel;
b. hetzij door twee gezamenlijk handelende bestuurders.
3.10.2. De stichting kan aan een bestuurder of een derde volmacht geven om haar te vertegenwoordigen.

Vergadering van certificaathouders

Artikel 4.1.
4.1.1. Bij de administratievoorwaarden zal een vergadering van certificaathouders worden ingesteld.
4.1.2. De administratievoorwaarden bevatten nadere voorschriften ten aanzien van de wijze waarop besluitvorming binnen de vergadering van certificaathouders kan plaatsvinden.

Boekjaar

Artikel 5.1.
Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.

Jaarstukken

Artikel 5.2.
5.2.1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
5.2.2. Onverminderd het in de wet bepaalde, is het bestuur verplicht binnen zes maanden na afloop van elk boekjaar een balans en een staat van baten en lasten op te maken en op papier te stellen.
5.2.3. Het bestuur doet een afschrift van deze stukken toekomen aan de vennootschap.
5.2.4. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in artikel 5.2.1 en 5.2.2 zeven (7) jaar lang te bewaren.

Statutenwijziging

Artikel 5.3.
5.3.1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen.
5.3.2. Een besluit tot wijziging van de statuten kan slechts worden genomen in een bestuursvergadering, waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn onverminderd de mogelijkheid overeenkomstig artikel 3.7.6 te besluiten.
5.3.3. Indien een besluit tot statutenwijziging niet kan worden genomen omdat niet het volledige bestuur aanwezig of vertegenwoordigd is, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen. Artikel 3.7.3 is van overeenkomstige toepassing.
5.3.4. Een besluit tot statutenwijziging vereist de goedkeuring van de vennootschap alsmede, indien wijzigingen worden voorgesteld die de rechten of zekerheden van certificaathouders verminderen of die lasten opleggen aan de certificaathouders, van de vergadering van certificaathouders.
5.3.5. Een statutenwijziging is eerst van kracht wanneer zij bij notariële akte is vastgelegd. Iedere bestuurder is tot het doen verlijden van die akte bevoegd.
5.3.6. Zolang Stichting administratiekantoor beheer financiële instellingen ('NLFI') een derde (1/3) of meer van het aantal uitstaande aandelen houdt, vereist een besluit tot wijziging van de statuten de goedkeuring van NLFI. Dit artikel 5.3.6 vervalt van rechtswege indien en zodra NLFI op enig moment minder dan een derde (1/3) van het totaal aantal uitstaande aandelen houdt.

Ontbinding

Artikel 5.4.
5.4.1. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot ontbinding van de stichting. Artikelen 5.3.2 tot en met 5.3.4 en 5.3.6 zijn van overeenkomstige toepassing.
5.4.2. Een besluit tot ontbinding van de stichting kan niet worden genomen voordat de aandelen bij wijze van royement zijn overgedragen aan de certificaathouders of zijn overgedragen aan de opvolger als bedoeld in artikel 2.1.3.
5.4.3. Hetgeen na de voldoening van alle schulden van het vermogen van de stichting is overgebleven, wordt besteed op de wijze die het bestuur zal bepalen.
5.4.4. De boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting worden gedurende zeven (7) jaren nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan bewaard door degene die daartoe door de vereffenaars is aangewezen.

Eerste boekjaar

Artikel 6.1.
Het eerste boekjaar eindigt op eenendertig december tweeduizendvijftien. Dit artikel 6.1 en haar opschrift vervallen van rechtswege na verloop van het eerste boekjaar.

Overgangsbepaling I

Artikel 6.2.
Artikel 3.5.4 geldt niet gedurende de periode vanaf het moment van oprichting van de stichting tot het moment dat de stichting voor de eerste maal een gekwalificeerde deelneming (in de zin van artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht) verkrijgt in ABN AMRO Group N.V. (of haar rechtsopvolger onder algemene titel). Deze overgangsbepaling met haar opschrift zal daarna komen te vervallen.