Profielschets Bestuur

Samenstelling en diversiteit

1.1 Het Bestuur (hierna “Bestuur”) van Stichting Administratiekantoor Continuïteit ABN AMRO Group (hierna “Stichting”) telt ten minste 3 leden. Slechts natuurlijke personen kunnen bestuurder zijn.

1.2 De samenstelling van het Bestuur zal zodanig zijn dat hij telkens in staat is de taken en verantwoordelijkheden als omschreven in de statuten van de Stichting en de toepasselijke administratievoorwaarden uit te voeren. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het streven naar zowel complementariteit, collegiale besluitvorming en een optimale combinatie van ervaring, deskundigheid, diversiteit en onafhankelijkheid van zijn leden, als bekendheid met de sector, markten en maatschappelijke omgeving waarin ABN AMRO Group N.V. (hierna “Vennootschap”) opereert, één en ander met inachtneming van deze profielschets.

1.3 Het Bestuur dient zodanig te zijn samengesteld dat (i) het Bestuur van de stichting ten minste voldoet aan de onafhankelijkheidscriteria als bedoeld in artikel 2:118a van het Burgerlijk Wetboek en (ii) de Stichting kwalificeert als een van de vennootschap onafhankelijke rechtspersoon in de zin van artikel 5:71 lid 1 sub d. van de Wet op het financieel toezicht en, indien van kracht, een op grond van artikel 5:71 lid 2 van de Wet op het financieel toezicht uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur.
 
1.4 Iedere bestuurder dient onafhankelijk te zijn. Een bestuurder geldt niet als onafhankelijk indien de bestuurder, dan wel zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel, pleegkind of bloed- of aanverwant in de tweede graad:
a.bestuurder of commissaris is van de Vennootschap of een met de Vennootschap in een groep verbonden vennootschap;
b.natuurlijk persoon in dienst van de Vennootschap of een met de Vennootschap in een groep verbonden vennootschap is;
c.voormalig bestuurder, commissaris of werknemer is van de Vennootschap of een met de vennootschap in een groep verbonden vennootschap, doch alleen gedurende de eerste vijf (5) jaar na beëindiging van zijn functie als bestuurder, commissaris of werknemer;
d.vaste adviseur is van de Vennootschap of een met de Vennootschap in een groep verbonden vennootschap, waaronder begrepen de accountant bedoeld in artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek of een lid van de organisatie zoals gedefinieerd in dit artikel, of de notaris of advocaat is van de Vennootschap of een met de Vennootschap in een groep verbonden vennootschap;
e.voormalig vaste adviseur is van de Vennootschap of een met de Vennootschap in een groep verbonden vennootschap als bedoeld onder c, doch alleen gedurende de eerste drie (3) jaren na de beëindiging van zijn adviseurschap;
f.bestuurder of natuurlijk persoon in dienst van enige bankinstelling waarmee de Vennootschap of een met de Vennootschap in een groep verbonden vennootschap een duurzame en significante relatie onderhoudt is;
g.een aandelenpakket of certificatenpakket van (samen) van tien (10) procent of meer in het uitstaande kapitaal van de Vennootschap houdt, zulks al of niet tezamen met een of meer andere personen of rechtspersonen die met hem samenwerken op grond van een uitdrukkelijke of stilzwijgende, mondelinge of schriftelijke overeenkomst;
h.bestuurder of commissaris is of anderszins vertegenwoordiger is van een rechtspersoon, anders dan de Stichting, die tien (10) procent of meer van het uitstaande kapitaal van de Vennootschap houdt;
i.gedurende de voorgaande twaalf (12) maanden tijdelijk heeft voorzien in het bestuur van de Vennootschap of van een met de Vennootschap in een groep verbonden vennootschap bij belet of ontstentenis van bestuurders van die vennootschap.   1.5 Slechts personen waarvan door de bevoegde toezichthouder is vastgesteld dat de betrouwbaarheid buiten twijfel staat, kunnen als bestuurder in functie treden.

Deskundigheid

2.1 Ieder lid van het Bestuur te beschikken over de specifieke deskundigheid die nodig is voor de vervulling van zijn rol in het Bestuur. Aan deze deskundigheidsvereisten dient bij voortduring te worden voldaan.

2.2 Het Bestuur dient, rekening houdend met de aan de Stichting opgedragen taken, (ten minste) als collectief te beschikken over voldoende:
a.juridische expertise, onder meer op het terrein van ondernemingsrecht, en inzicht in de Nederlandse vennootschappelijke praktijk, toegespitst op (grote) beursgenoteerde concerns;
b.inzicht in het (nationale en internationale) bankwezen en het relevante toezichtskader;
c.maatschappelijke betrokkenheid en sensitiviteit;
d.expertise om stemadvies te kunnen geven.

2.3 Ieder lid van het Bestuur dient, in aanvulling op de collectieve eisen als genoemd in artikel 2.2, over de volgende eigenschappen dan wel competenties te beschikken:
a.het goed kunnen onderhouden van een open relatie en een constructieve dialoog met zowel de Vennootschap als de diverse stakeholders, telkens met behoud van zijn onafhankelijkheid;
b.oog hebben voor en het snel en adequaat kunnen beoordelen van het welzijn en de continuïteit van de Vennootschap op lange termijn;
c.goed gevoel voor maatschappelijke verhoudingen en signalen uit de samenleving;
d.constructief kritische houding;
e.sterk analytisch vermogen;
f.standvastig, doortastend en besluitvaardig;
g.sterke communicatieve vaardigheden.